Stel: je wilt het land verlaten daar waar er noch douane, noch andere tekenen van civilisatie zijn. Dan dien je alle officiele documenten in de hoofdstad van het betreffende land uit te laten stempelen. In Nairobi hadden we deze eervolle taak en we kunnen u vertellen: een paspoort uitstempelen terwijl je nog ruim 1000km van de grens verwijderd bent en dan ook nog met een datum die 10 dagen in de toekomst ligt, dat is toch lastig te rijmen voor de gemiddelde afrikaanse ambtenaar. Na de eerste helft van de stempels geregeld te hebben diende we voor de tweede helft naar “customs” te gaan. Professioneel als men is in het van kastjes naar muren sturen was men het er na drie verschillende afdelingen op drie verschillende verdiepingen het er uiteindelijk toch over eens: hiervoor moet je Nelson van “enforcement” hebben. En die zit in het andere gebouw, op de 4de verdieping. Je loopt naar binnen, komt in een patio en je ziet zo 6 verdiepingen boven je uit torenen. Je zoekt de trap, komt zo terecht op de eerste verdieping, loopt een rondje op zoek naar de tweede trap naar boven maar de enige andere trap leidt je weer naar beneden. Hmmm. In opperste stemming naar de beveiligingsman, die zou het toch moeten weten! Bij het herhalen van je vraag “4th floor?” kijkt de beste man door de patio omhoog en schudt weemoedig zijn hoofd. Nope. Er is geen trap die naar de 4de verdieping gaat. Goed, wij niet van gisteren natuurlijk. Een lift dan?! Nope. Geen lift die naar de 4de verdieping gaat. Net op het moment dat je je af begint te vragen of ze die arme Nelson destijds simpelweg hebben ingemetseld komt daar de verlossende aanwijzing “via het eerste gebouw”. Terug bij af dus. Niemand die weet hoe je nou via het ene gebouw op de vierde verdieping van een ander gebouw kunt komen (best een rare vraag als je erover nadenkt!) maar heel wat ambtenaren later sta je dan toch voor het bureau van Nelson: “..die is nét weg voor de lunch (12u05), probeert u het om 14u00 nog eens!” Zucht..
Na een volle week Nairobi binnenstebuiten te hebben getrokken, op zoek naar de juiste banden voor de vierwieler en een slag om de juiste visa voor de Landen der Belachelijke Bureaucratie in het verschiet waren we wel weer toe aan een verzetje. Om door het noorden van Kenia de grens met Ethiopie te bereiken kun je linksom, de beruchte Lake Turkana route, of rechtsom, de zogeheten Moyale route. “Turkana” is het synoniem voor “van god en alles verlaten” en kun je in één adem noemen met 1500 kilometers op onverharde weg, 210 liters diesel in de achterbak en 60 liters water in de bidon en u begrijpt: deze route had dan ook sterk onze voorkeur! Het overgrote voordeel van deze route, in tegenstelling tot de Moyale, is dat er bij Turkana een kleinere kans is op bandieten in het struikgewas. Maar helaas. Nog maar net goed en wel op weg en even gestopt om een jerrycan die van het dak was gevallen opnieuw vast te binden komt er een auto langs. Een blanke achter het stuur, duidelijk vergroeid met zijn omgeving, stopt voor een kort praatje en roept nog uit het raam terwijl hij wegrijdt: “en o ja, ik zou hier niet te lang blijven staan, er zitten hier vrij veel bandieten langs de kant van de weg!!” Goed, wij stappen weer in.
Een indrukwekkende tocht is het geworden, zeker aangezien je na de jungle zo rechtuit de desert in rijdt en het contrast niet groter kon zijn. In de smorende hitte, een föhne die constant op standje 9 in je gezicht blaast, de dorre droogte en tussen al het vulkanisch gesteente is het leven er keihard en zie je behalve een sporadisch acaciaboompje geen verdere tekenen van leven. Eenmaal bij Lake Turkana zie je dan mensen aan je raampje voorbij trekken waarvan je eigenlijk altijd hebt gedacht dat ze een afrikaans cliché vormden en dat dergelijke ‘tribes’ niet meer van deze tijd zijn. Het tegendeel is waar. Versierd met kraaltjes en gekleed in een doek ter grootte van een servet stappen deze mensen met speren tussen de lava door, hobbelend achter een kudde geiten, ossen of kamelen aan. Bij die eerste aanblik wrijf je het stof uit je ogen om zeker te zijn dat de hitte je niet teveel is geworden, maar het is écht. WAT een andere wereld. En dan te bedenken dat precies in dit gebied de overblijfselen zijn gevonden van onze eerste voorvaderen: het is de wieg der mensheid. En het ziet er nu zoveel miljoenen jaren later eigenlijk nog bijna hetzelfde uit, toch grappig!!
Maar je rijdt geen échte Landrover als je niet tijdens het meest desolate stuk van je reis géén panne zou krijgen en bij voorkeur zelfs een keertje of DRIE!! De eerste kilometertjes gingen allemaal lekker lekker lekker maar als je dan bijna bij het meer bent aangekomen en toch zeker 500km bij enige vorm van beschaving verwijderd bent, juist dan zet je de Landie in z’n achteruit, die valt uit in het mulle zand, en vervolgens: start niet meer!!! Oepsie. Blijkt dus de startmotor te zijn afgebroken. “Dus niet een draadje los of wat stof tussen de contacten, maar AFGEBROKEN?!” horen wij u denken. Ja hoor, bij een Landie uit ’96 is ALLES mogelijk. En het overgrote voordeel van dergelijke britse auto’s is dat je ook bijna alles weer langs de kant van de weg kunt maken en na wat sleutelen kregen we ‘m weer aan de praat. Twee dagen later, nadat we net goed vast hadden gezeten in een drooggevallen rivierbedding, gooide voor de tweede maal de koppeling de handdoek in de ring en stond een nieuw avontuur voor de deur: teruggelopen naar de headquarters van het park waar we toevallig dichtbij waren kwam de opperranger daar met een vijftal opties varierend van heel kostbaar naar heel langzaam maar tevens met het lumineuze idee om aan de OVERKANT van het meer de nieuwe onderdelen te vergaren. Wat bleek, de opperranger heeft de beschikking over een speedboot maatje “Miami Vice” en een paar uur later, toen net de laatste zonnestralen in het meer verdwenen, knalden wij over het water met een boot vol gesjeesde negers en…: twee geiten!! Ja ja. Beiden stonden vastgebonden aan een krat cola en konden zich maar moeizaam staande houden in het geweld van de golven. Inmiddels was het geheel donker, zagen we boven ons de meest prachtige sterrenhemel, en in de verte boven Ethiopie een stevig onweer: wederom kippenvellend mooi. Maar ja, het is donker, er is géén GPS, en ook de gemiddelde gesjeesde neger heeft géén plan van aanpak. Het resultaat: je verdwaalt. Midden op het water kom je dan ineens een afrikaan tegen in een piepklein kanootje en onze motors worden uit gezet om “de weg te vragen”. In alle stilte die vervolgens ontstaat hoor je eerst “beeee“, de arme geit. Na veel varen en vragen uiteindelijk de overkant gevonden en na nog 10 minuutjes lopen met het water tot de knieen was daar het vaste land. Mooi! Goed, de 4×4 die geregeld zou zijn staat er dan niet, ook de overkant van het meer is natuurlijk nog steeds Afrika, maar de taxi die vervolgens wordt geregeld gaat welgeteld 4x(!) kapot onderweg (oververhitting, storing in electrisch cirquit e.d.) en de 5de keer bleek onze vrind niet getankt te hebben en stonden we zonder benzine. Maar het mooiste nog van alles: elke keer als het geronk van de motor wegviel en we langzaam uitrolden hoorden we net na stilstand weer: “beeee“, de arme geit.
Goed, onderdelen gevonden, de auto na een dag of vier gemaakt en in de laatste nacht voor vertrek breekt dan net de kleine regentijd los. Als dit “klein” is dan moet zijn grote broer een ware zondvloed betekenen want WAT een water!! Al rijdend heb je het gevoel je in een subtropisch waterparadijs te begeven, vol met stroomversnellingen en glijbanen. Een heuveltje af en je ziet een plas water voor je waarvan je niet weet of je je in het ondiepe of het diepe zult begeven. Een dappere poging strandde op de duikplank van het onbekende en we zijn maar omgekeerd. De volgende dag het water grotendeels gezakt, de grens met Ethiopie net gehaald, of beter gezegd: nét niet!! 100m voor de grens zoals weergegeven op de GPS viel de koppelingdruk weg en bleef de versnelling in z’n 1 vast staan, motor viel uit, schuin bovenop een zandheuvel. Top! Weer onder het oude beest gekropen, lekker rustig sleutelen zo in een gebied daar waar het tribaal geweld nog van alle dag is, maar de koppelingdruk weer op weten te poetsen en dan eindelijk: Ethiopie. Ook daar heeft de koppeling het wederom opgegeven, nu door het gehele hydraulische systeem dat versleten is, en bleken de wiellagers tot moes gereden én de aandrijfas gebroken. Nu dan ook maar professionele hulp gezocht in Addis Ababa, de hoofdstad van dit prachtige land, onderwijl genietend van het idee later als twee oudjes de Panamericana af te rijden in een éche Toyota…
Ethiopiers zijn afrikanen uniek in hun soort. Met een lichtere huidskleur en evidente arabische invloeden zijn ze anders dan de gemiddelde zwarte vrind. Tel hierbij op dat ze stuk voor stuk hete standjes zijn en het verbaasd u dan ook niet dat we al meerdere ethiopiers met stukken steen en verse pleisters op het hoofd achter elkaar aan hebben zien rennen. Voor ons zeer vermakelijk, zeker ook de kinderen langs de weg die veranderen in kleine acrobaatjes zodra ze je aan zien komen en velerlij dansjes, kunstjes en stuntjes uitvoeren, in de veronderstelling iets te gaan verdienen. En dat terwijl ze hier ook nog de lekkerste koffie van het continent schenken, het land waar de koffie haar oorsprong kent. Dus u begrijpt, wij vermaken ons prima: Hakuna matata!!
Welpjes, Maasai Mara.
Leeuwin met welpjes, Maasai Mara.
Regen, Maasai Mara.
Giraffen, Maasai Mara.
Gieren, Maasai Mara.
Cheetahs, Maasai Mara.
Tornadootje, Tanzania.
Nairobi, Kenia.
Desert, Kenia.
Damara Dik-Dik, Kenia.
Op weg naar Turkana, Kenia.
Superb Starling, Kenia.
Turkana route, Kenia.
Panne, Lake Turkana.
Lake Turkana, Kenia.
Turkana-tribe, Kenia.
Desert, Lake Turkana.
Vrijheid, Lake Turkana.
De kinders, Kenia.
Kalokol, Kenia.
Markt Turmi, Ethiopie.
Hamer-tribe, Omo Vallei.
Markt, Omo Vallei.
Hamer-vrouw, Turmi.
Aan de honeywine, Addis Ababa.

























